
Aanhangrijtuig NS C554, ontdaan van alle tramzaken zoals draaistellen, motoren en koppelingen als woonwagen.
Nadat de Gooische Tramweg Mij. (GoTM) haar motortramdienst Amsterdam-Laren had beëindigd,
namen de Nederlandsche Spoorwegen het materieel over om daarmee onder andere
de lokaalspoorlijen in de Haarlemmermeer te gaan bedienen.
Het daarvoor bestemde materieel werd daartoe al administratief naar het
NS-systeem vernummerd (omC501-510 ex-GoTM 10-19 en C551-560 ex-GoTM 50-59).
Maar de Tweede Wereldoorlog begon en de plannen tot tractiewisseling bij de NS belandden in de ijskast.
Het materieel was echter al eigendom van NS en werd in afwachting van betere tijden her en der opgesteld.
Nadat de stoomtramdiensten in het Gooi waren hervat, huurde de Gooische vijf stuks van haar
oorspronkelijke aanhangrijtuigen, deels voorzien van NS-nummers, van NS.
Van de andere vijf rijtuigen belandden vier exemplaren bij de Westlandsche Stoomtramweg Mij. (WSM) die haar tramdiensten
door benzine- en dieseloliegebrek (voor de autobussen) ook had hervat.
Maar de WSM had voldoende trammaterieel in de vorm van al van NS gehuurde ex-HSM-tramrijtuigen.
De overgebleven vijf Gooische rijtuigen werden toen door de Noord-Zuid-Hollandsche Tramweg Mij. (NZH) overgenomen die hen
goed kon gebruiken op de stamlijn Leiden-Haarlem. Zij vernummerde de rijtuigen in B11"-15".
Na afloop van de Tweede Wereldoorlog bestonden bij de NZH plannen om de andere vijf aanhangrijtuigen na het beëindigen
van de door de Nederlandsche Buurtspoorweg Mij. (NBM) geëxploiteerde stoomtramdienst in het Gooi over te nemen en onder te brengen
in de serie B16"-20", dus aansluitend op de eerder aangeschafte Gooise rijtuigen.
De opheffing van de elektrische tramlijn Leiden-Haarlem door de NZH resulteerde echter in voldoende materieel voor diens overgebleven
lijnen, zelfs na sloop van oud ex-HSM-trammaterieel. Het plan ging dus niet door en de vijf aanhangrijtuigen werden ook verkocht
aan woningzoekenden. De rijtuigen belandden in het tramdorp te Hilversum.